Een pijnlijk mooie les in opvoeden

Wie kent ze niet, die momenten, dat je in een wat minder vrolijk gesprek met een van je kinderen zit, en dat je je dan pas realiseert dat je eerder iets ‘gedaan’ hebt (of gelaten, in dit geval) waar je kind extreem verdrietig om is. En dat jij (lees: ‘ik’) het gewoon niet door hebt gehad. En dat het feit dat je kind jou daarmee confronteert iets zegt over de behoefte van je kind, maar ook over jouw ‘onvolwassenheden’ in je gedrag, over een tekort in je volwassen opvoeden…

Afgelopen weekend hadden we bij ons aan de keukentafel zo’n gesprek. Het ging over ons samengestelde gezin, en de consequenties van de scheiding van de eerdere partners, ruim 15 jaar daarvoor. Of beter: het ging daar eerst helemáál niet over, het ging over de vraag of stiefdochterlief (15) nog bij ons wilde slapen in het weekend, want daar hadden we allemaal wat aarzeling in bemerkt de laatste weken. En zoon (11) en dochterlief (20) wilden dat onderwerp dus graag op de agenda. Want ja, ze vonden het toch wel heel jammer, mocht stiefdochterlief niet meer consequent in de weekenden willen blijven slapen.

Alle kinderen (dochter, zoon, stiefzoon en stiefdochter), mijn man en ik, zaten aan tafel. En soms, heel soms, draait een gesprek dan zo dat er een écht gesprek ontstaat. Met échte ruimte voor wat er op dat moment is, in dit geval ruimte voor verdriet en verwijten. Waarbij niemand gaat schreeuwen, opstaat of wegloopt. En waarbij de kinderen jou klip en klaar een les in opvoeden geven. En een les over jezelf. Ook dat nog.

Kort samengevat kwam het er op neer dat stiefdochterlief nog steeds last had van het feit  dat haar vader (mijn partner), haar moeder en ik al die jaren na de scheiding nog steeds niet ‘echt’, ‘on speaking terms’ waren. Of we ons realiseerden hoe pijnlijk het nog altijd voor haar was dat het contact tussen ons drieën beperkt bleef tot formaliteiten, aanwezigheid bij diploma’s en het noodzakelijke overleg. Of we dat beseften?

Ze wijdde uit over momenten en voorbeelden. Over vragen op school die soms gesteld werden. Over haar innerlijke dilemma’s. Alles wat ze zei kwam binnen. Keihard. Temeer daar ze het niet op een verwijtende manier zei, maar diep vanuit zichzelf de gevoelens naar boven haalde die haar al zo lang dwars zaten. Met tranen in haar ogen probeerde ze duidelijk te maken dat ze toch nog steeds echt het allerliefst een vader en een moeder op één plek zou hebben gehad. Ook al was de scheiding 15 jaar geleden. En daarnaast een moeder, een vader, én een stiefmoeder, die niet alleen ‘voor het oog’ op de meest noodzakelijke terreinen samenwerkten, maar die er voor elkaar, en dus ook voor haar, samen, echt wilden zijn als het om opvoeden ging. Het deed zeer wat ze zei. Want ze had gelijk. Natuurlijk had ze gelijk.

En daar sta je dan als (stief)ouder. Met al je goede bedoelingen je niet realiserend dat het verschil tussen ‘contact’ en ‘echt contact’ (tussen gescheiden ouders en opvoeders) ook 15 jaar na de scheiding nog impact heeft. Tuurlijk, in theorie, als je er over gaat nadenken, weet je dat wel. En in het begin na de scheiding heb je er wel meer actief bij stil gestaan. Maar in de dagelijkse praktijk van nu was die oppervlakkige verhouding tussen jou als stiefmoeder en de ander als moeder meer een soort van ruis op de achtergrond geworden. Vervelend, maar al lang niet meer echt storend. Je niet realiserend dat die ruis voor je stiefdochter nog steeds gewelddadig veel geluid maakt.

Op dat soort momenten geven kinderen jou een lesje in wijsheid. Een lesje in opvoeden. Over hoe belangrijk het is om de lijnen tussen gescheiden opvoeders ‘echt’ ‘schoon’ te maken – en vooral te houden. Inclusief de lijn tussen moeder en stiefmoeder! Over hoe wezenlijk het is om écht over je eigen schaduw van in het verleden gebeurde incidenten heen te stappen. Niet alleen in gedrag – want dat lukt meestal nog wel – maar ook in gevoel. En niet alleen ‘de ander’, maar ook jij! En dus in essentie over hoe belangrijk in dit geval niet ‘vergeten’ maar vooral ‘vergeven’ is, om zodoende samen te kunnen zorgen dat jouw kind zo ‘heel’ mogelijk de volwassenheid in stapt. Zonder interne verdrieten en dilemma’s die voorkómen hadden kunnen worden.

Pijnlijk, leerzaam, helend en verbindend tegelijk. Zo voelde het gesprek die zaterdagavond aan de keukentafel. Een gesprek op weg naar ‘schoonheid’. Niet schoonheid in de zin van mooi, maar schoonheid in de zin van ‘zuiver’. Waarbij eenieder zijn hart kon luchten en zijn lijf kon ontdoen van blokkades, verwijten en verdriet. Waarbij de verbinding opnieuw vorm kreeg en het contact weer kon gaan stromen, en waarbij ik als opvoeder wederom nederig besefte, dat opvoeden niet primair om ‘doen’, ‘regelen’ of ‘verzorgen’ gaat, maar eerst en vooral om het houden van contact. Contact tussen jou en de ander, en contact tussen jou en je ‘zelf’. Zodat je weet en voelt wat er in die ander omgaat. Zodat je weet en voelt wat je eigen blokkades, onvolwassenheden, belangen en tekortkomingen zijn. Want pas dan, vanuit dat ‘schone’ contact kan je samen onderweg, en kun je keuzes maken die je kind ten goede komen.

Lisette